Alle sporters gebruiken toch doping? Deel 2
Vorige week begonnen we onze beschouwing over dopinggebruik in de sport. Wat zeg je als je als uitdrager van 100% Dope Free – True Winner als je tegenover verkondigers van statements als “ in de topsport gebruikt iedereen doping ” komt te staan? In deel 1 gingen we in op de objectieve cijfers van sporters die positief testten op doping, het feit dat het meestal gaat om kleine groepen sporters die doping gebruiken en de manier waarop sporters soms tot een verkeerde inschatting komen van dopinggebruik in de sport. Vandaag deel 2 van deze beschouwing.
Zeldzame gebeurtenissen worden overschat
In de literatuur is veelvuldig geschreven over het verschijnsel dat gebeurtenissen die zelden voorkomen zo’n indruk maken op mensen dat het langer onthouden wordt en het gevoel ontstaat dat de gebeurtenis veel vaker optreedt dan eigenlijk zo is. Dit gebeurt waarschijnlijk ook met dopingzaken. Omdat ‘slechts’ 2% van de sporters positief test op doping, is dit een gebeurtenis die eigenlijk maar relatief weinig voorkomt. Als het dan voorkomt wordt er veel over gesproken en wordt het breed uitgemeten in de pers. Zeker als het een bekende sporter betreft. Hiermee wordt de gebeurtenis uitvergroot en kan het gevoel ontstaan dat dopinggebruik vergroeid is met de sport. Dit effect wordt nog eens versterkt omdat het moeilijk is een betrouwbare schatting te geven van daadwerkelijk dopinggebruik in de topsport. Exacte cijfers hiervan zijn niet bekend, waardoor mensen zich een oordeel vormen op basis informatie die wél beschikbaar is: de in de pers breeduit uitgemeten dopingschandalen. In de sociale psychologie heet dit ook wel beschikbaarheidsheuristiek.
Zonder de ernst van dopinggebruik te onderschatten moeten we in het achterhoofd houden dat één positieve sporter niet direct betekent dat de hele sport een dopingprobleem heeft en dat dopinggebruik in een tak van sport niet per definitie iets zegt over dopinggebruik in andere takken van sport. Er moet ruimte blijven voor nuancering. Goed voorbeeld is de Tour de France van 2007. Tijdens de Tour werden zo’n 550 dopingcontroles uitgevoerd, op basis waarvan twee ‘dopingzaken’ plaatsvonden, namelijk die van Rasmussen (whereaboutsfout) en die van Vinokourov. In een week tijd werden hieraan in Nederland bijna 40 ANP berichten gewijd, bijna 6 per dag dus. Er is een reële kans dat mensen die de sport op een afstandje volgen wel weten dat Rasmussen uit de Tour werd gehaald maar niet wie ‘m uiteindelijk won.
Iedereen heeft een mening
Veel mensen hebben een mening over doping en willen deze mening ook verkondigen. Diegene die zijn verhaal het meest overtuigend brengt wordt vaak geloofd. Maar niet alles wat er wordt gezegd is per definitie (volledig) waar. Het is belangrijk om altijd in het achterhoofd te houden uit welke omgeving de spreker komt. Een spreker die komt uit een sport waarin veel media-aandacht is voor doping zal een negatiever beeld hebben van de Nederlandse topsporters dan de spreker die uit een sport komt waarbij doping zeker niet het gesprek van de dag is. Bij de afweging of een uitspraak op waarheid berust is het dus van belang om de omgeving van de spreker in ogenschouw te nemen.
Betrouwbaarheid van onderzoeksresultaten
Elke keer als er een discussie plaatsvindt over doping wordt het Amerikaanse ‘onderzoek’ van Goldman aangehaald. Uit het ‘onderzoek’ van Goldman bleek dat 52% van de bevraagde sporters bereid zouden zijn een wonderpil te nemen die hen Olympische roem zou brengen, zelfs als ze hierdoor binnen 5 jaar zouden sterven. Dit ‘onderzoek’ wordt gezien als bewijs dat veel sporters wel erg ver gaan in hun drang om te winnen. Het onderzoek van Goldman hangt echter als los zand aan elkaar en de conclusies uit het onderzoek mogen zeker niet worden doorgetrokken naar andere sporters. Het onbetrouwbare onderzoek werd niet erkend door gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften. Om te bewijzen dat de resultaten uit het onderzoek niet doorgetrokken mogen worden naar andere sporters, is dezelfde vraag voorgelegd aan Nederlandse topsporters. 92% van de ondervraagde sporters geeft aan die bewuste pil nooit te zullen gebruiken. Het blijkt dus allemaal wel los te lopen met de Nederlandse sporters. Het kan in ieder geval geen kwaad soms wat kritischer te kijken naar de betrouwbaarheid van sommige onderzoeken voordat de resultaten tot waarheid worden verheven.
Conclusie
Doping is een beladen onderwerp waar zeer veel over gesproken wordt, zeker als een bekende sporter positief test. De media-aandacht voor dopingpositieven geeft de sporters en de sportliefhebber het gevoel dat de gehele sportwereld is vergeven van de dopinggebruikers. Het aantal dopingpositieven per jaar valt echter relatief mee. De dopingcijfers geven aan dat 2% van de sporters positief test. Ook het argument dat de meeste gebruikende sporters niet worden betrapt houdt geen stand. Daarnaast geeft meer dan 95% van de Nederlandse topsporter aan dat ze tegen doping is. Op basis van deze objectieve gegevens mag geconcludeerd worden dat het overgrote merendeel van de topsporters geen doping gebruikt. Er bestaan wel risicogroepen waarbinnen dopinggebruik een probleem vormt, maar de conclusie dat alle sporters gebruiken en de gehele sportwereld vergeven is van de dopinggebruikers is ongefundeerd. Het is daarom verstandig om de berichtgeving over dopinggebruik altijd met een kritische blik te blijven volgen omdat er veel geroepen wordt, maar weinig bewezen.
