"Bij blessures liever geen ‘hands off’-benadering"

WorkoutScott Dickinson is sinds ruim twee jaar bij NOC*NSF verantwoordelijk voor de kracht- en conditietraining. Goed maatwerk in kracht- en conditietraining is niet alleen belangrijk om een volgende stap te zetten in de sportieve carrière. Het kan ook bijdragen de verleiding tot het gebruik van doping te verminderen.

Zo'n tweeënhalf jaar geleden kreeg Scott Dickinson het aanbod zijn vaderland Australië te verruilen voor Nederland. Dickinson was op dat moment als kracht- en conditietrainer verbonden aan het New South Wales Institute of Sports. Dickinson trad daarmee toe tot het team van experts binnen NOC*NSF dat is samengesteld door technisch directeur Maurits Hendriks. Zij werken samen en adviseren de sportbonden op diverse terreinen om zo gezamenlijk de Top 10 ambitie vorm te geven. "Het leek me een geweldige uitdaging om in Nederland aan de slag te gaan", motiveert Dickinson zijn verhuizing naar de andere kant van de wereld. "Alleen de koude winters, daar moet ik nog aan wennen."

Scott Dickinson Kracht- en conditietraining vormt de basis

Inmiddels zijn de eerste effecten zichtbaar. "Voorheen hanteerde iedere sport zijn eigen programma's op dit gebied. Nu is er veel meer samenwerking. NOC*NSF fungeert daarbij als kenniscentrum. We vinden het wiel nu gezamenlijk uit en iedereen kan ervan profiteren, met uiteraard heel veel aandacht voor de specifieke eigenschappen van elke sport. Zelf coördineer ik het aanbod van krachtprogramma's voor NOC*NSF. Daarnaast ondersteun ik zowel sporters, met name de Olympische zwemmers en baanwielrenners, als coaches op het gebied van kracht- en conditietraining."

Kracht- en conditietraining is belangrijk voor elke sporter, maar "we zien het nu veel meer als onderdeel van het geheel", vertelt Dickinson. "Daarnaast kijken we met ons High Performance Team ook naar psychologie, voeding, wetenschap, technologie. Mede door kracht- en conditietraining wordt de sporter in staat gesteld de volgende stap te zetten in zijn sportieve carrière. Niet alleen doordat de kracht- en conditietraining de sporter sterker en sneller maakt, maar ook doordat goede kracht- en conditietraining de sporter fysiek stabieler maakt, beter beschermt tegen blessures en in staat stelt sneller te herstellen van blessures. Kracht- en conditietraining vormt daardoor de basis waarop de sporter de specifieke vaardigheden kan ontwikkelen die nodig zijn in zijn of haar tak van sport. Maar juist door het nu als onderdeel van een geheel aan te bieden wordt de optimale omgeving gecreëerd voor de sporter om zich te kunnen ontwikkelen tot een wereldtopper."

Workout park

Meer dan het drukken van gewichten

Het beeld dat veel sporters hebben van kracht- en conditietraining komt vaak niet overeen met de werkelijkheid. "Kracht- en conditietraining is meer dan het drukken van gewichten", legt Dickinson uit. "Het gaat niet per se om het kweken van meer spiermassa. Je moet geen spieren trainen maar bewegingen, liefst complexe bewegingen waarbij veel verschillende spieren en gewrichten tegelijk betrokken zijn. Daarmee kweek je zowel kracht als flexibiliteit waarmee je een solide basis legt voor een levenslange ontwikkeling van de sporter in kwestie. Jonge sporters doen er daarom in mijn ogen goed aan zo veel mogelijk verschillende sporten te beoefenen. Zo leggen ze een brede basis voor later. Daarbij geldt dat je altijd de fysiologie van het menselijk lichaam moet respecteren. Neem de tijd. Ik hanteer als vuistregel dat het een half jaar kost om een bepaalde persoonlijke barrière te slechten. Ga je overhaast te werk en leg je teveel nadruk op kracht- en conditietraining, dan kan de training zelfs in je nadeel werken. Uitputting en blessures liggen dan op de loer."

Maatwerk

Kracht- en conditietraining, met name bij topsporters, is altijd balanceren op het slappe koord, stelt Dickinson. "Zowel de sporter als trainer willen graag iedere laatste druppel voordeel uit de training melken. Maar, zoals ik als zei, uitputting, blessures en daardoor minder goed presteren, liggen op de loer. Het is daarom van wezenlijk belang dat de trainingsprogramma's maatwerk leveren. Fysiotherapeuten en diëtisten kunnen daarbij helpen door de unieke karakteristieken en behoeften van de sporter in kaart te brengen. Ook is het nodig het resultaat van het programma voortdurend te evalueren en zo nodig bij te stellen. Sommige sporters moeten op grond van die evaluatie zelfs worden afgeremd. 'Meer' is niet altijd 'beter' als het om kracht- en conditietraining gaat. En soms is de hoeveelheid inspanning wel correct, maar is het type inspanning niet juist voor de betreffende sporter. Je moet daarom voortdurend blijven zoeken naar de juiste vorm van training op dat moment voor die bepaalde sporter."

KettlebellsGeen 'hands off'-benadering

Optimale kracht- en conditietraining draagt ook bij aan het voorkomen van blessures; Dickinson meldde het al. Daardoor kan kracht- en conditietraining de verleiding verminderen tot het gebruik van doping. "Blessures, met name langdurige blessures en al helemaal blessures op een moment dat er belangrijke wedstrijden op het programma staan, vormen één van de vele verleidingen die een sporter richting doping kunnen drijven", stelt Dickinson. "Als wij dus in alle disciplines van ons team met experts het allerbeste aanbieden wat betreft training en ondersteuning verminder je meteen de kans dat de sporter verleid wordt richting het gebruik van doping. Om diezelfde reden ben ik ook voorstander van een directe aanpak als er toch blessures zijn ontstaan. Liever geen 'hands off'-benadering, maar meteen in nauw overleg met de betrokken medici een oefenprogramma op maat ontwerpen voor de sporter. Dat draagt bij aan een sneller herstel en het geeft de sporter vertrouwen dat het goed komt. Ook dat vertrouwen vermindert de kans dat de sporter behoefte krijgt om stappen te nemen die buiten de regels omgaan."

Bochten afsnijden

Anderzijds vormt training die gericht is op het vergroten van de kracht en conditie van een sporter op zichzelf een verleiding in de richting van doping, beaamt Dickinson. "Er zullen altijd sporters zijn die in hun ontwikkeling bochten willen afsnijden. De persoonlijkheid van de sporter speelt daarbij een rol. Om het risico zo klein mogelijk te houden is het belangrijk dat trainingsprogramma's zo goed mogelijk aansluiten bij de individuele behoeften van de sporter. Dan zal de sporter van begin af aan merken dat het heel goed mogelijk is in een dopingvrije omgeving de volgende stap in zijn ontwikkeling te zetten."

Marten Dooper, wetenschapsjournalist

 

Zie ook:

Externe Link