Drinken is geen sport!
De derde helft. In de reglementen zul je deze term niet tegen komen. Toch is het voor de meeste sporters DE factor die de sport zo mooi maakt. De sociale verlenging, waarin de wedstrijd nog eens grondig geanalyseerd wordt, mondt vaak uit in een waar festijn. Een festijn waarbij de nodige biertjes niet geschuwd worden...
Lange tijd werd aan alcohol (ethanol) grote prestatiebevorderende kwaliteiten toebedeeld. Het zou de wedstrijdspanning verminderen, het zelfvertrouwen doen toenemen en trillingen in de hand laten verdwijnen. Zo gooide darter Raymond van Barneveld jarenlang zijn pijltjes naar het bord, nippend van een ‘Bacootje'.
Alcohol binnen wedstrijdverband
Tegenwoordig heeft onderzoek aangetoond dat alcohol helemaal niet zo prestatiebevorderend werkt. Sterker nog, het gebruik van alcohol leidt al snel tot een verslechterde reactietijd, afname van de oog-handcoördinatie en een verminderde balans. Bovendien neemt de blessuregevoeligheid sterk toe. Nu zal dat bij darten wel meevallen, maar bij sporten waarbij je reactievermogen essentieel is kan een iets slechtere coördinatie of te hoog zelfvertrouwen zomaar een vervelende blessure opleveren.
Alcohol buiten wedstrijdverstand
Ook buiten wedstrijdverband lijken alcohol en (top)sport geen gelukkige combinatie. Het herstelvermogen wordt bijvoorbeeld desastreus verminderd (tot 10x trager). De lever heeft namelijk de handen vol aan het afbreken van de alcohol. Daardoor wordt het melkzuur, dat tijdens trainingen is opgebouwd, slecht afgebroken. Het gevolg is meer vermoeidheid en een verslechterde conditie. Bovendien leidt de consumptie van alcohol tot vochtverlies. Dit vochtverlies, in combinatie met het vochtverlies tijdens de training, leidt snel tot een tekort aan allerlei belangrijke mineralen.
Alcohol op de dopinglijst
Dan de logische vraag: als alcohol (bijna) geen prestatiebevorderende effecten heeft, sociaal geaccepteerd is en dus vrij verkrijgbaar is in de samenleving (vanaf 16 jaar en ouder), waarom staat het dan wel op de dopinglijst? De reden hiervoor is, dat alcoholgebruik in een aantal sporten zeer gevaarlijk kan zijn. We willen immers niet dat een motorrijder met 10 glazen bier vol het gas opendraait. Zo willen we ook niet dat een boogschutter ‘in een roes' zijn pijl op een collega richt. Daarom staat alcohol voor deze sporten op de dopinglijst (onder de categorie ‘substances prohibited in particular sports').
Voor 2012 is alcohol binnen wedstrijdverband verboden is voor de volgende sporten: autosport, handboogschieten, karate, luchtvaart, motorsport en powerboaten. De grenswaarde is daarbij vastgesteld op 0,10g/l (bloedwaarde). Dit is ongeveer gelijk aan de hoeveelheid alcohol in één glas bier.
Drinken is geen sport
Enkele jaren geleden heeft het Trimbos-instituut in samenwerking met NOC*NSF en vijf grote bonden een pakket samengesteld om de handhaving van de leeftijdsgrenzen in de sportkantines een extra impuls te geven. Onder de slogan ‘Drinken is geen sport' wordt het schenken van alcohol aan de jeugd ontmoedigd. Het drinken van alcohol op jonge leeftijd is namelijk extra schadelijk voor de gezondheid. Zo kan een consumptie van meer dan drie glazen alcohol per dag (tot 24 jaar) al leiden tot blijvende hersenschade. Ook lopen jongeren die vroeg beginnen met het drinken van alcohol meer kans om later verslaafd te raken aan alcohol. En tja...probeer dan nog maar eens een ‘one hundered and eighty' te gooien!
Hans-Gunnar Liljenwall
Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) voerde de eerste dopingcontroles uit tijdens de Olympische Spelen van 1968 in Mexico. De Zweed Hans-Gunnar Liljenwall had daarbij de twijfelachtige eer om als eerste sporter ooit betrapt te worden op het gebruik van alcohol. De vijfkamper verklaarde dat hij voorafgaand aan het onderdeel pistoolschieten twee biertjes had genomen om zijn zenuwen onder bedwang te krijgen. Het resultaat was dat het gehele Zweedse team de bronzen medaille moest inleveren. Ai!


