Voedingssupplementen vormen nog steeds een dopingrisico
In het verleden is door Nederlandse sporters, zoals Jaap Stam, Troy Douglas, Edgar Davids en Frank de Boer beweerd dat hun positieve bevinding mogelijk veroorzaakt werd door het gebruik van verontreinigde voedingssupplementen. Onlangs werd in 25% van 54 verschillende soorten sportvoedingssupplementen uit de VS dopinggeduide stoffen aangetoond. Wat betekent dit nieuwe onderzoek voor de topsporter?
Waarom is dit onderzoek uitgevoerd?
Dit onderzoek is uitgevoerd om na te gaan of er nog steeds voedingssupplementen worden geproduceerd die vervuild zijn met dopinggeduide stoffen. Voor deze studie zijn in de VS 54 sportvoedingssupplementen in ‘gewone' drogisterijen en via Internetsites gekocht en onderzocht op dopinggeduide stoffen. In 25% van de monsters werden sporen gevonden van dopinggeduide stoffen, zoals anabole steroïden en stimulantia.
In eerder onderzoek, dat uitgevoerd is tussen 2000 en 2002, werd in 15% van 634 verschillende sportvoedingssupplementen, afkomstig uit 13 landen, verontreinigingen gevonden. Het betrof hier sporen van anabole steroïden en pro-hormonen die niet op het etiket werden vermeld. Ook zijn er verontreinigingen door stimulantia, zoals efedrine en XTC, gevonden. Het lijkt erop dat het risico op verontreinigingen met dopinggeduide stoffen in voedingssupplementen in de VS is toegenomen.
Zijn supplementen nodig voor sporters?
Vanwege het gevaar van verontreiniging met dopinggeduide stoffen wordt door veel sport- en antidopingorganisaties aan topsporters geadviseerd om geen sportvoedingssupplementen te gebruiken. Een sporter kan een topprestatie ook realiseren als hij een gezonde evenwichtige voeding gebruikt die voldoet aan de richtlijnen goede voeding. Voor een algemeen voedingsadvies kan hij/zij terecht op de site van het Voedingscentrum. Wanneer er een meer persoonlijke aanpassing in de voeding gewenst is, kan een sportdiëtist worden geraadpleegd. Een adres van een sportdiëtist is hier te vinden.
Maar in topsport gaat het vaak om kleine verschillen. Topsporters gebruiken, vaker dan de ‘gewone burger', voedingssupplementen om beter te presteren, sneller te herstellen na een training en om hun gezondheid op peil te houden. Van creatine, bicarbonaat en cafeïne is bekend dat zij de prestatie kunnen verbeteren. Cafeïne staat sinds 1 januari 2004 niet meer op de dopinglijst. Het is voor de topsporter belangrijk om te voorkomen dat hij/zij een voedingssupplement gebruikt dat met doping verontreinigd is.
Hoe kan een sporter nagaan of een supplement in Nederland ‘veilig' is?
In Nederland kennen we het Nederlands Zekerheids Systeem Voedingssupplementen Topsport (NZVT). Fabrikanten die hun producten op de NZVT-lijst willen hebben, moeten schriftelijk verklaren dat ze strenge reinheidseisen tijdens de productie hanteren. Pas dan kunnen ze hun producten per partij aan het Natuur- & gezondheidsProducten Nederland (NPN) aanbieden om op de aanwezigheid van dopinggeduide stoffen te laten testen. Als het supplement geen sporen bevat van dopinggeduide stoffen wordt de naam, het type supplement en het batchnummer van het product op de NZVT-lijst geplaatst. Tot januari van 2007 zijn er 296 producten voor het NZVT getest, waarvan er 2% toch nog sporen van dopinggeduide stoffen bevatte, ondanks de strengere reinheidseisen die er voor de productie gelden. Deze producten zijn uiteraard niet op de NZVT-lijst geplaatst.
Als een sporter toch een supplement wenst te gebruiken, kan hij/zij het beste een product/batch-combinatie kiezen die op de NZVT-lijst is vermeld.
