‘Door dopingvoorlichting leer je op je hoede te zijn’

TalentenNegen jeugdolympiërs vormen het nieuwe gezicht van de Dopingwaaier en folders van de 100% Dope Free campagne. Tijdens de fotoshoot op Papendal spraken ze over hun sport, hun toekomstverwachtingen en over doping.

Waar menig talentvolle sporter een hele carrière lang van blijft dromen, hebben deze jonge sporters al meegemaakt: deelname aan de Olympische Spelen. Oké, het waren de Jeugd Olympische Spelen - een vierjaarlijks evenement voor toptalenten van 14 tot en met 18 jaar waarvan de eerste editie afgelopen zomer plaatsvond in Singapore - maar toch. Ze stonden er maar mooi. En met succes: één gouden medaille (voor de hockeysters), twee zilveren medailles (handboogschutter Rick van den Oever en zeilster Daphne van der Vaart) en een bronzen medaille (wielerploeg). En van alle Nederlandse deelnemers, 37 in totaal, bereikte de helft een finale of een top 8 klassering.

Daphne van der VaartKippenvel

Het is dan ook niet verwonderlijk dat alle negen hun deelname aan de Jeugd Olympische Spelen zonder aarzelen bestempelen als het hoogtepunt in hun sportcarrière tot nu toe. Zeilster Daphne van der Vaart (1994): ‘Ik kreeg kippenvel bij de opening'. Turnster Tess Moonen (1995): ‘Dit motiveert enorm om verder te gaan.' Hockeyster Marloes Keetels (1993): ‘Heel speciaal. Dit maak je maar eenmaal in je leven mee.' Handboogschutter Rick van den Oever (1992): ‘Prachtig om te kunnen pieken op een evenement met zo'n status.'

Het gaat vanzelf verder

Op jonge leeftijd op zo'n hoog niveau presteren, betekent een leven dat van jongs af aan in het teken staat van sport. Judoka Laura Prince (1993): ‘Mijn vader deed aan judo. Vanaf mijn derde stond ik ook op de mat. Op mijn 12de werd ik voor het eerst Nederlands kampioen.' BMX-wielrenner Twan van Gendt (1992): ‘Als jongen van drie, vier jaar oud wilde ik al springen en vliegen met mijn fietsje. In 2004 reed ik naar een achtste plaats in de WK-finale.' Bijna vanzelf Dion Dreesensevolueerde bij alle jeugdolympiërs de sport als hobby in een zeer serieuze sportbeleving. Zwemster Manon Minneboo: ‘Nadat ik, net als elk kind, mijn zwemdiploma's had gehaald, werd ik lid van een zwemclub. Daar ging ik op gegeven moment meedoen met wedstrijdzwemmen. Als je dan wint, gaat het vanzelf verder. Nu train ik 22 uur per week.' Hockeyster Marloes Keetels: ‘De hoeveelheid inspanning en tijd die het sporten je kost, neemt langzaam toe. Ik begon bij de lokale hockeyclub en stapte op mijn tiende over naar Den Bosch. Sinds vorig jaar speel ik bij de senioren in het eerste damesteam. Wil je op dat niveau meedraaien, dan moet je natuurlijk het een en ander inleveren wat betreft sociale contacten en manier van leven. Maar sporten op dit niveau is ook hartstikke leuk; ik heb het er voor over.'

Onderwijs

Op jonge leeftijd sporten op het hoogste niveau betekent ook uitzoeken hoe de sport te combineren valt met de (voor sommige nog verplichte) gang naar het onderwijs. Turnster Tess Tess MoonenMoonen zit nu op 4 VWO: ‘De school is best trots op mij. Als ik aan een groot toernooi meedoe, zoals de Jeugd Olympische Spelen, verschijnt er een stukje over mij op de website van school. Ze doen ook hun best om me te helpen school en topsport te combineren. Zo kan ik toetsweken verschuiven als dat nodig is.' Handboogschutter Twan van Gendt volgt een opleiding industriële vormgeving aan het ROC in Nieuwegein. ‘Aanvankelijk was er veel medewerking. Nu is dat minder. Vooral studieonderdelen waarbij ik met andere studenten samen opdrachten moet uitvoeren, leveren nu problemen op.' Zwemmer Dion Dreessens (1993) heeft het beter getroffen. ‘Ik zit nu in het eerste jaar HBO ICT in Eindhoven. Die opleiding kent een topsportregeling, waardoor ik studie en sport redelijk gemakkelijk kan combineren. Ik houd zelfs wat tijd over voor een sociaal leven, al zit een avondje stappen er niet in.'

Manon MinnebooSchepje er bovenop doen

De negen jeugdolympiërs zullen straks te zien zijn op de Dopingwaaier en in folders van de 100% Dope Free campagne. Het thema ‘doping' is evenwel niet een onderwerp dat hen intensief bezig houdt of dat tijdens hun sportbeleving vaak ter sprake komt. Wegwielrenner Friso Roscam Abbing (1992): ‘Op jeugdniveau wordt niet gesproken over doping. Ook niet in de wielrennerij, een sport die als het om doping gaat toch regelmatig de aandacht trekt. Het eerste wat je op ons niveau denkt als je een ander harder ziet rijden, is: "Die heeft meer getraind. Ik moet er nog een schepje bovenop doen." '

Dopingvoorlichting

Alle deelnemers aan de Jeugd Olympische Spelen zijn voor hun vertrek naar Singapore door NOC*NSF uitgebreide voorgelicht over doping, dopingcontroles en alles waarop zij tijdens de Spelen moesten letten. Een enkeling van hen heeft in Singapore daadwerkelijk een dopingcontrole ondergaan. Zwemster Manon Minneboo: ‘Ik vond het best wel vervelend. Ik was op dat moment niet in een beste stemming, want ik was niet tevreden over mijn race. En dan loopt er ook nog de hele tijd iemand met je mee en kijkt toe hoe je je plasje doet. Maar goed, het hoort erbij. Ik wil ook graag dat de competitie eerlijk verloopt. Dan heb je de controles te accepteren.'

Veilige producten

Dankzij de voorlichting over doping weten ze inmiddels allemaal wat wel en niet mag. ‘Het grootste gevaar schuilt in vervuiling van voedingsupplementen en vitaminepreparaten', stelt wielrenner Roscam Abbing. ‘Via de website van de Dopingautoriteit kun je gelukkig controleren welke producten en batches je veilig kunt gebruiken.' Judoka Laura Prince: ‘Door de voorlichting leer je op je hoede te zijn. Niet zomaar een flesje drank van iemand anders aannemen, bijvoorbeeld.' BMX-wielrenner Twan van Gendt: ‘Ook als ik medicijnen krijg voorgeschreven van mijn huisarts vraag ik altijd even na of het gebruik daarvan, wat betreft de dopingregels, wel kan.'

Olympisch Goud is het doel

Na hun succesvolle deelname aan de Jeugd Olympische Spelen kijken de sporters allemaal gretig naar de toekomst. Wegwielrenner Friso Roscam Abbing: ‘Ik hoop een profcontract te krijgen.' Turnster Tess Moonen; ‘Ik kijk uit naar het EK en WK van komend jaar. Turnen is een blessuregevoelige sport, dus ik stel mijn doelen van jaar tot jaar. Al wil ik natuurlijk wel graag naar de "volwassen" Olympische Spelen.' Judoka Laura Prince: ‘Ik doe het vanwege een blessure nu even rustig aan. Ik zie wel hoe ver ik kom. Ik Twan van Gendtprobeer zoveel mogelijk uit mijn sport te halen.' BMX-wielrenner Twan van Gendt: ‘Ik droom van de Olympische Spelen in Londen.' Hockeyster Marloes Keetels: ‘Ik wil er het maximale uithalen. Dat betekent voor mij Olympisch goud met het Nederlands damesteam'. Zwemster Manon Minneboo: ‘Ik stel doelen voor een paar jaar. Dan weet je tijdens de training waarvoor je het doet. Momenteel zijn dat de EK en Olympische Spelen van 2014.' Zeilster Daphne van der Vaart: ‘Ik heb nog een lange weg te gaan. Londen zal waarschijnlijk te vroeg komen, maar de Spelen in Rio hoop ik wel te halen.' Handboogschutter Rick van den Oever: ‘Ik hoop me te kwalificeren voor Londen, zowel individueel als met het team.' Zwemmer Dion Dreessens: ‘De estafette 4 maal 200 meter vrij in Londen. Dat is nu mijn doel; daar doe ik het allemaal voor.'

Marten Dooper, wetenschapsjournalist