Nederlandse topsporters over het antidopingbeleid
De Dopingautoriteit heeft de meningen van de Nederlandse (top)sporters over het dopingbeleid gepeild. Uit de grootschalige enquête blijkt dat topsporters vooral grote moeite hebben met de whereabouts-regeling. De topsportenquête is uitgevoerd in samenwerking met NL sporter (de onafhankelijke belangenorganisatie voor topsporters), VVCS (de Vereniging van Contractspelers voor professionele voetballers) en de AtletenCommissie van NOC*NSF. Ruim 400 topsporters namen eraan deel.
Whereabouts: bewerkelijk en tijdrovend
Het grootste struikelblok van de sporters is de whereabouts-regeling. Sporters ervaren dit als een grote impact op hun leven. De software is in hun ogen onnodig bewerkelijk en het kost veel tijd om de whereabouts in te vullen en bij te houden. De betrouwbaarheid, bereikbaarheid en gebruikersvriendelijkheid van de whereabouts-registratiesoftware dienen dus dringend verbeterd te worden. Er zou gestreefd moeten worden naar het aanbieden van applicaties die aansluiten op mobiele telefoons. Ook dienen de verschillende bestaande registratiesystemen geheel op elkaar aan te sluiten.
Verder vindt de sporter het lastig om met zekerheid
aangeven waar hij op een bepaald moment in de toekomst precies is. Aangezien
administratief falen tot ‘missed tests’ kan leiden, en uiteindelijk tot een
schorsing, leidt de regeling tot veel onzekerheid bij de sporter. De
aanbeveling is dan ook om de mogelijkheid ,dat sporters alleen het one-hour-time-slot invullen, nader te onderzoeken.
Het doel van de whereaboutsregeling - dat de controles buiten wedstrijdverband effectiever worden - wordt door de meerderheid van de sporters echter wel gesteund. Ruim de helft van de statushouders vindt het namelijk belangrijk dat er veel controles buiten wedstrijdverband worden gehouden. Een goed werkend whereaboutssysteem is hiervoor essentieel.
Tevredenheid over voorlichting
De tevredenheid over de beschikbare voorlichtingsmaterialen
is groot. Van de materialen die de Dopingautoriteit beschikbaar stelt, zijn de
dopingwaaier en de website het meest bekend. De
tevredenheid over de
voorlichtingbijeenkomsten is echter wel wat gedaald. De bijeenkomsten dienen meer toegespitst te worden op de specifieke sporten en vragen van de
aanwezigen. Zo zijn er sporters die al meerdere bijeenkomsten hebben
bijgewoond, maar wel op de hoogte willen blijven van de laatste updates. Om te
voorkomen dat ze naar de algemene en veelal bekende presentatie moeten
luisteren, zal voor deze groep gekeken worden naar de mogelijkheid van
informatieverstrekking via een e-mailservice. Verder dient er meer specifieke voorlichting
gegeven te worden aan de coaches en begeleiders van de sporters en dient er een
apart voorlichtingsprogramma voor profvoetballers te komen. Voor veel van hen
is doping nog een (te) onbekend onderwerp.
Aanbevelingen
De Dopingautoriteit zal uiteraard aan de slag gaan met de aanbevelingen van het rapport. Daar waar de aanbevelingen onder het eigen beleid vallen, zal direct onderzocht worden hoe deze geïmplementeerd kunnen worden. Heeft een aanbeveling echter betrekking op de internationale regelgeving, dan dient hiervoor gelobbyd te worden. Het is het Wereld Anti-Doping Agentschap dat hierin het laatste woord heeft.
Het complete rapport 'De Nederlandse topsporter en het antidopingbeleid' kun je hier vinden.
