Claudia Pechstein vs. het biomedisch paspoort

Op 7 februari 2009, na de eerste dag van de WK Allround in Hamar, krijgen Claudia Pechstein en de Duitse schaatsbond DESG het bericht dat er in drie afzonderlijke bloedstalen abnormale bloedwaarden zijn gevonden. Het percentage jonge rode bloedcellen (‘reticulocyten') was te hoog, wat zou duiden op dopinggebruik. Hoewel de bloedwaarden geen aanleiding gaven om een direct startverbod op te leggen, verklaarde de DESG toch dat Pechstein de volgende dag niet meer zou schaatsen. Het zou de inleiding zijn van de eerste dopingzaak op basis van het biomedisch paspoort in de geschiedenis van de sport.

In het kader van het bloedtestprogramma van de International Skating Union (ISU) werd op de dag voor de WK Allround in Hamar bij alle schaatsers een bloedmonster afgenomen. Dit bloedtestprogramma levert de bloedwaarden voor het biomedisch paspoort, waardoor schaatsers op basis van hun persoonlijke bloedprofiel gecontroleerd kunnen worden op het gebruik van doping. Hoewel die dag de hemoglobine- en hematocrietwaarden van Pechstein geen bijzonderheden lieten zien, was haar percentage reticulocyten met 3,5% ruim boven de door de ISU gehanteerde normwaarden van 0,4% - 2,4%. Ook was het hoger dan de 1,7% die in de maand ervoor (januari 2009) bij Pechstein was gevonden. De volgende ochtend en middag werd Pechstein nogmaals gecontroleerd. Wederom waren haar percentages reticulocyten, respectievelijk 3,5% en 3,3%, ver boven de norm. Dit was het moment dat prof. dr. Harm Kuipers, lid van het medisch comité van de ISU, Claudia Pechstein en de DESG op de hoogte stelde dat er een officiële aanklacht ingediend zou worden. Pechstein trok zich na dit bericht terug uit de competitie.

Reticulocyten ontwikkelen zich in het beenmerg en zijn onvolgroeide rode bloedcellen. Ze maken gemiddeld 1% van de totale hoeveelheid rode bloedcellen uit. Omdat het percentage reticulocyten niet gemanipuleerd kan worden door het verdunnen van het bloed wordt het als een waardevolle parameter gezien bij het opsporen van bloeddoping en andere dopingvormen die gericht zijn op het verhogen van het zuurstoftransport. 

  

Op 18 februari 2009, 11 dagen na de testen in Hamar, werd Claudia Pechstein nogmaals gecontroleerd. Tijdens een out-of-competition controle werd een percentage reticulocyten vastgesteld van 1,4%. Deze sterke daling ten opzichte van haar eerdere waarden werd gezien als een extra bevestiging van een dopingovertreding. Gebaseerd op de drie in-competition testen en de out-of-competition test anderhalve week later werd Pechstein op 1 juli 2009 door de Disciplinaire Commissie van de ISU schuldig bevonden aan het gebruik van doping en dientengevolge geschorst voor 2 jaar. Het principe van het biomedisch paspoort, een hulpmiddel dat door iedere sportfederatie tot op zekere hoogte op een eigen manier ingevuld mag worden, diende hierbij als meetlat.

Claudia Pechstein en de DESG lieten het hier niet bij zitten en wendden zich tot de internationale sportrechtbank, het CAS in Lausanne. Het verweer bestond uit een groot aantal punten. Zo zouden alle bloedwaarden uit het biomedisch paspoort van vóór 1 januari 2009 niet gebruikt mogen worden om doping aan te tonen, omdat deze regel pas sinds die datum in de statuten van de ISU was opgenomen. Het CAS oordeelde echter anders. En ook het verweer op andere formele en fysiologische punten (tot aan knellende schaatsen toe) werd door het CAS niet als verklaring gezien voor haar afwijkende bloedwaarden.

bloedwaarden

Een opvallende laatste strohalm van Pechstein was dat een van haar experts verklaarde dat haar bloedwaarden konden duiden op de aangeboren bloedafwijking spherocytose. Bij deze ziekte zijn de bloedcellen kogelvormig in plaats van ovaalvorming, waardoor ze verhoogd worden afgebroken in de milt. Hoewel dit wel een verklaring zou geven voor haar bloedbeeld, werd er tijdens medisch onderzoek geen aanwijzing gevonden voor deze afwijking. Recente berichtgevingen over deze verklaring vertellen dus niets nieuws. De mogelijkheid van een erfelijke bloedziekte was al langer bij de ISU en het CAS bekend en verworpen. Uiteindelijk kwam het CAS tot de conclusie dat het gebruik van doping de enig mogelijke overgebleven verklaring was voor de hoge reticulocytwaarden in het bloed van Pechstein. Het handhaafde dan ook de schorsing van 2 jaar.

Als ultieme poging probeerde Pechstein bij de Zwitserse burgerrechtbank de zaak bij het CAS weer open te breken. Hoewel ze via deze weg nog wel de kans kreeg een kwalificatiewedstrijd te rijden voor de Olympische Spelen in Vancouver, zag de rechter uiteindelijk geen reden om haar verzoek in te willigen. Claudia Pechstein is daarmee geschorst tot 8 februari 2011, twee jaar na haar laatste wedstrijd op de WK in Hamar.