Weer minder dopinggevallen in Nederland
Het aantal dopinggevallen in de Nederlandse sport is in 2009 opnieuw gedaald. De Dopingautoriteit gaf afgelopen jaar 27 sporters aan vanwege een overtreding van het dopingreglement. Het betreft 25 mannen en twee vrouwen. Het jaar daarvoor noteerde de Dopingautoriteit 30 aangiften, in 2007 waren dat er nog 56.
In 23 gevallen werd een verboden stof aangetroffen in de urinemonsters. Bovendien werd tegen vier sporters aangifte gedaan omdat ze weigerden mee te werken aan een dopingcontrole of de uitkomst probeerden te manipuleren. ,,Het percentage dopinggevallen in Nederland verhoudt zich redelijk gemiddeld ten opzichte van andere landen'', concludeerde directeur Herman Ram.
De Dopingautoriteit voerde in 2009 in totaal 2636 urinecontroles uit, iets minder dan het jaar daarvoor. In 67 'positieve' monsters werden in totaal 75 als doping aangeduide stoffen aangetroffen. Dit leidde dus tot 23 aanklachten. Bovendien zijn er drie zaken nog in onderzoek. In de andere gevallen werd vastgesteld dat geen reden was om aangifte te doen. Van de in totaal 75 aangetroffen stoffen betrof het 42 keer anabole middelen.
,,We zien een tendens dat het aantal dopinggevallen omlaag gaat'', aldus Herman Ram. ,,Aan de andere kant neemt de ernst van de gevallen wel toe.'' Zeven monsters bevatten afgelopen jaar afbraakproducten van meer dan één stof, in 2008 was dat twee keer het geval.
De meeste overtredingen werden geconstateerd in het basketbal (9) en krachtsporten (6). In het voetbal werd niemand betrapt, een jaar eerder waren daar nog 4 meldingen. Ook binnen de atletiek waren geen dopingovertredingen.

